Het gele broekje
Ze ligt er ontspannen bij, de vakantie is vandaag begonnen. Je kunt het aan haar zien, ze heeft alles losgelaten en haar ogen gesloten, de handen onder haar hoofd, de haarloze oksels wulps open, geurend naar een zoete deodorant. Ze heeft alles losgelaten, inclusief haar bovenstukje, en ze heeft borsten die er mogen zijn: rond als rijpe appels. Je zou in de verleiding kunnen komen ervan te happen, maar dat mag niet. Ze zijn niet om echt van te happen, ze zijn alleen om naar te kijken, van een afstandje, steels, want loerende en glurende blikken verraden geilheid. Die moet je onderhuids houden, ook al kriebelt en tintelt het daar en probeer je daarom minder te kijken, wat nauwelijks lukt. Die appelronde borsten en die geschoren oksels zijn onfatsoenlijk verleidelijk. Hoe fijn zou het niet zijn daar even met je tong langs te gaan. Dat zal die vrouw toch ook wel lekker vinden? Zou zij niet gewoonweg liggen te wachten op wat aandacht of een beetje fysieke spielerei? Waarom heeft ze überhaupt dat piepkleine broekje nog aan? Een klein stukje geel ter grootte van een driehoekig vlaggetje. De punt verdwijnt ergens tussen haar benen. Wie zou niet zo’n geel vlaggetje willen zijn, een zacht stukje textiel om een verrukkelijk lichaamsdeel te omhullen. Het is er vast warm, zo niet heet, het ruikt er naar de oneindig kabbelende zee, het wordt nat met jou als broekje, jouw hete adem die erlangs glijdt, je tong die gretig verkent.
Maak jouw eigen website met JouwWeb