De vos, de wolf en de hardloopster
Ik holde. Ik had mijn strakke roze renbroek aan en holde. Geruisloos over paden in de schemering, het afzetten van mijn voeten nauwelijks hoorbaar. Fluisterhollen, vliegensvlug sprintend, alsof ik vloog. Een conditiedans ter meerdere eer en glorie van mijn uithoudingsvermogen. Met licht verhoogde hartslag, ritmisch in- en uitademend. Een minuscuul flikkerend lampje om mijn bovenarm, achter rood, voor wit. Een fluoriserend strookje over mijn rug en over mijn dansende borsten. Niemand hield mij bij, iedereen had het nakijken. Taylor Swift op de draadloze oortjes, de telefoon met een gordeltje op mijn heup. Cadans, ritme, tempo, vaart. Ik was een schim, je zag me alleen als je goed oplette. Niemand lette op. Ik ging links, de laan uit, rechtdoor, passeerde de rotonde, draaide het bospad op. De bosgrond veerde mee op mijn gewicht, mijn staartje wipte ritmisch. Ik was een reetje met een wit pluimpje op mijn kont. Zag je die pijl die uit de boog vloog? Dat was ik. Duizelingwekkend snelle ik. Met lange passen dieper het bos in, rechts een pad omhoog, langs de kromme eiken, het vennetje, het heideveld waar overdag schapen graasden, links het pad omlaag. Knisperende bladeren onder mijn zolen. Dan, sneller dan verwacht, de open plek, de zandverstuiving met het kluitje dode bomen. De maan als een stralend peertje aan het plafond.
Maak jouw eigen website met JouwWeb