De geoefende hand
Het was nog vroeg, zo’n frisse zondagochtend in september met de belofte van een warme nazomerdag. Het was stil in het bos, zelfs vogels waren niet of nauwelijks te horen. Ik mijmerde wat, zoals een eenzame wandelaar kan mijmeren: losse gedachten, hersenspinsels meer, flarden. Ik was blij met mijn behaaglijke fleecevest, maar ondanks dat trok de frisheid in mijn benen en prikkelde mijn blaas. Aangezien ik een man alleen was, een eenvoudige boswandelaar, eenzaam tussen talloze dennen, zag ik er geen probleem in een boom uit te zoeken met een ruwe schors om tegenaan te plassen. Voor de zekerheid keek ik nog even om mij heen alvorens de knopen van mijn broek los te trekken. Maar daar was hij, mijn kleine grote vriend, vrolijk, omdat hij zomaar vrijelijk zijn kopje mocht laten zien in de buitenlucht. Het was niet eens nodig mezelf beet te pakken, mijn penis richtte zich als vanzelf op de boom. De aandrang was zo groot dat de straal kletterend tegen de stam spoelde. De kou deed de warme pis dampen. Ik moet bekennen dat ik weinig dingen lekkerder vind dan pissen in de vrije natuur. Ik snap die honden wel die bij elke boom die ze tegen komen hun plasje willen doen. In mijn geval was het misschien wel een liter. God mag weten waar het vandaan kwam, bij het ontbijt had ik slechts een bescheiden kop thee gedronken.
Maak jouw eigen website met JouwWeb