Hoe een gebroken man heelt

Gepubliceerd op 2 september 2022 om 13:59

De schrik. De klap. De val. De pijn. Het liep door elkaar als een pan vol spaghettislierten. Met saus. Tomatensaus. Tomatenrood. Geplet. Beurs. Puree.

 

De morfine hield de pijn op afstand, maar de tuimeling en de smak keerden ongevraagd terug, liefst op momenten dat hij er niet op verdacht was. ‘s Nachts wanneer de mensen sliepen, maar hij dus wakker bleef.

 

Alsof kijken de gewoonste zaak van de wereld was, had de verpleegkundige hem de foto getoond van de motorfiets. Althans, van het schroot dat ervan over was, het lekkend metaal dat van het wegdek was geschraapt. De A4, ergens tussen Den Haag en Zoeterwoude. De berger had na afloop het asfalt geveegd en schoongespoten. Talloze wielen waren alweer over de plek gereden, banden herkennen geen sporen van calamiteiten, die rollen slechts in de richting waarin ze worden gestuurd.

 

De ziekenhuiskamer rook al vertrouwd, het geluidsaanbod was beperkt en herkenbaar. De kamergenoot die zachtjes snurkte, de nieuwe dagploeg verpleegkundigen met gedempte stemmen op de gang, een terugkerend piepje in de verte, een brullende motorfiets buiten. Een motorfiets. De schrik, de klap, de...

 

Vanuit zijn ooghoek zag hij ze naderen, de engelen van het hospitaal, ze gingen in het wit gekleed en keken monter, deden energiek. Hun glimlach was van roestvrijstaal, niet van de gezichten af te breken. Een verscheen links, de ander rechts, ze droegen de waterkom alsof het een doopvont was. Zouden dan eindelijk zijn zonden afgewist worden?

 

Het bleek een besloten bijeenkomst. Zuster rechts sloot het gordijn om het bed, zuster links sloeg het laken terug. Wat hij te bieden had, was een en al gips en verband, in principe was hij een gebroken man die helende was. Er was veel kapot, maar hij rook, hij zag, hij hoorde, hij voelde: de pijn op afstand dankzij de morfine, de handen van de zusters dichtbij en fijn. Te fijn. Als ze zijn ziekenhuishemd zouden lichten zouden ze het zien. Zijn hormonen bleken ondanks alles in tact. Het was ochtend, het was onvermijdelijk, hij had het al sinds zijn kindertijd, het leek nooit meer weg te gaan. Zuster links lichtte zijn hemd. Zijn lachje moest voor verontschuldigend doorgaan.

De situatie was, ondanks de morfine, pijnlijk.

 

Misschien dat een ijskoud washandje de boel had kunnen sussen. Het gebruikte exemplaar was juist aangenaam warm, er sloeg zelfs damp vanaf. De hand die erin zat, bewoog voorzichtig heen en weer, nam stimulerend plooitjes mee en wreef te aangenaam. Hoe kon in de ravage die zijn lichaam was dit orgaan zo onafhankelijk van alles reageren? Hij keek van zuster rechts naar zuster links. Hun blikken waren schuin naar beneden gericht, de monden enigszins open, alsof ze een wereldwonder aanschouwden. 

 

Wat wist hij van de bijwerkingen van morfine? Niks. Maar dat zuster rechts vooroverboog moest een hallucinerend effect zijn, en dat zuster links zijn onbeschadigde lichaamsdeel met haar gewashande hand als een raketlanceringsinstallatie omhoogtrok had niets met de werkelijkheid te maken. Hij werd in stelling gebracht en vervolgens gretig in de mondholte van zuster rechts opgenomen. Als was hij een zuurtje, een lolly, een ijsje, een zuurstok.

 

Over het slingerende dijkweggetje stuurde hij zijn blinkende motorfiets, een helm droeg hij niet, de zon scheen, het was aangenaam warm. Haast ontbrak, het tempo was lekker, het ritme oké. Het water was warm, de washand stug, de beweging verrukkelijk. Het blonde haar bewoog als in strakke choreografie op en neer, ze zoog, nee, werkelijk, ze zoog alsof die zuurstok in een keer op moest.

 

Het was de morfine. Het moest de morfine zijn, dat kon niet anders. 

Zuster rechts streek de rug van haar hand langs haar mond en slikte.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb